Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2000.

1. Inzet van deze procedure is de nalatenschap van [betrokkene 1] (hierna ook: erflater), die op 23 februari 2011 is overleden. Erflater is niet gehuwd geweest en hij heeft geen nakomelingen. In dit geding gaat het in het bijzonder om de geldigheid van het op 20 mei 1999 door erflater opgemaakte testament, waarbij erflater verweersters in cassatie sub 1 (hierna ook: de erven) tot zijn enig erfgenamen benoemde. Eiseres tot cassatie (hierna ook: [eiseres]) die tezamen met haar nicht als erfgenaam zou gelden indien het testament nietig zou zijn, stelt dat het testament nietig is op grond van art. 3:34 BW wegens de aanwezigheid bij erflater van een geestelijke stoornis als gevolg van een hem als kleuter overkomen ongeval. Verweerders in cassatie (hierna tezamen ook: [verweerders]) bestrijden dat erflater niet in staat was zijn wil te bepalen en overeenkomstig die wil te verklaren. Verder heeft [eiseres] aangevoerd dat verweerders in cassatie sub 2 en 3 (hierna ook: [verweerders 2 en 4]) onrechtmatig hebben gehandeld jegens “de wettige erfgenamen” en voorts dat zij zich tijdens het leven van erflater geld hebben toegeëigend dat aan erflater toebehoorde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611, en de alinea staat in dat document op bytes 4562 tot 5746.