Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2000.

[eiseres] heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat erflater door zijn niet meer te herstellen verstandelijke beperking en blijvende geestelijke stoornis niet in staat was zijn wil te bepalen met betrekking tot het doen opmaken van de testamenten van 19 juni 1980 en 20 mei 1999. Verder voert [eiseres] aan dat [verweerders 2 en 4] jegens de wettige erfgenamen onrechtmatig handelden en voorts dat zij tijdens het leven van erflater zich wederrechtelijk geld van hem hebben toegeëigend. Daarvan is inmiddels een deel terugbetaald, maar er resteert nog een vordering van tenminste € 8.731,-.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611, en de alinea staat in dat document op bytes 9579 tot 10197.