Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014
Onder 4.6 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2000.
Tussen partijen is allereerst in geschil of de met de in de uiterste wilsbeschikking van 20 mei 1999 neergelegde verklaring overeenstemmende wil van erflater geacht moet worden te hebben ontbroken op de grond dat de verklaring onder invloed van een geestelijke stoornis is gedaan, zoals bedoeld in artikel 3:34 lid 1 BW. Indien komt vast te staan dat erflater ten gevolge van een geestelijke stoornis wilsonbekwaam was ten tijde van het opmaken van de uiterste wilsbeschikking van 20 mei 1999 is deze nietig aangezien het een eenzijdige ongerichte rechtshandeling betreft (artikel 3:34 lid 2 BW). Voor de nietigheid van de uiterste wilsbeschikking moet vast komen te staan dat erflater op het ogenblik van passeren van de uiterste wilsbeschikking niet, althans onvoldoende begreep wat hij deed en het vermogen miste zijn wil - zoals neergelegd in de uiterste wilsbeschikking - te bepalen en te verklaren. Voor de beoordeling kunnen ook de feiten voorafgaand aan en volgend op het opmaken van de uiterste wilsbeschikking van belang zijn, namelijk indien en voor zover deze feiten rechtstreeks verband houden met de betwiste wilsuiting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611, en de alinea staat in dat document op bytes 15424 tot 16571.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611 | shasum -a 256