Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014

Onder 4.10 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2000.

Het hof neemt hierbij verder in aanmerking dat de uiterste wilsbeschikking van 20 mei 1999 niet een ingewikkelde of moeilijk te doorgronden rechtshandeling betrof en gezien de langdurige vriendschappelijke contacten tussen erflater en het gezin van geïntimeerden niet een bijzonder verrassende strekking had. Het was bovendien niet de eerste keer dat erflater iets dergelijks deed: in zijn testament van 1980 heeft hij immers met voorbijgaan van zijn toen nog levende broers appellante en haar nicht tot erfgenamen benoemd. Ook de notaris, aan wie het in de eerste plaats is te beoordelen of een testateur wilsonbekwaam is, heeft kennelijk geen reden gezien te twijfelen aan het vermogen van erflater om een uiterste wil te maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611, en de alinea staat in dat document op bytes 23008 tot 23752.