Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2000.

10. In het onderhavige geding staat centraal de vraag of de erflater, die niet onder curatele was gesteld en derhalve niet op die grond handelingsonbekwaam was, ten tijde van het opmaken van het testament op 20 mei 1999 ten gevolge van zijn verstandelijke beperkingen wilsonbekwaam was. Dat deze vraag moet worden beantwoord aan de hand van de maatstaf van art. 3:34 lid 1 BW, wordt in dit geding – terecht – tot uitgangspunt genomen. Zie over de toepasselijkheid van deze bepaling op uiterste wilsbeschikkingen Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III* 2010/142 en Asser/Perrick 4 2013/133, 159.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611, en de alinea staat in dat document op bytes 28068 tot 28676.