Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2000.

Degene die zich erop beroept dat bij de erflater in verband met een stoornis van diens geestesvermogens de wil tot het opmaken van de uiterste wilsbeschikking ontbrak, zal – gelet op de bewijsvermoedens van art. 3:34 lid 1 BW – ermee kunnen volstaan te stellen en zonodig te bewijzen dat de erflater ten tijde van het opmaken van de uiterste wilsbeschikking leed aan een geestelijke stoornis en voorts dat deze stoornis toen een redelijke waardering der bij de uiterste wilsverklaring betrokken belangen belette ofwel dat de wilsverklaring onder invloed van de geestelijke stoornis is gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611, en de alinea staat in dat document op bytes 31854 tot 32465.