Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2000.

Volgens de ene stroming is twijfel bij de notaris omtrent de verstandelijke vermogens van de testateur geen reden zijn dienst te weigeren al behoort de notaris zijn bevindingen wel schriftelijk vast te leggen opdat deze als bewijsmateriaal kunnen strekken ingeval het testament na het overlijden van de testateur wordt aangevallen. Zie in deze zin ook W.M. Kleijn, ‘Gedachten over het notariële dilemma omtrent passeren bij wilsbekwaamheid van een testateur’, FTV 2008-4, p. 21 en S. Perrick in Asser/Perrick 4 2013/159. Zo ook A.H.M. Santen, in zijn boekbespreking van het proefschrift van C.A. Kraan inzake de authentieke akte, WPNR (1984) 5717, p. 680-682, die terecht – aldus Perrick en Kolkman – opmerkt dat de notaris wel degelijk iets zinvols kan zeggen omtrent de mogelijkheid van de testateur zijn wil te bepalen. Perrick tekent overigens aan dat de schriftelijke vastlegging ook dient te geschieden indien de notaris, hoewel bij hem geen twijfel bestaat, niettemin de mogelijkheid aanwezig acht dat de uiterste wil zal worden aangevochten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611, en de alinea staat in dat document op bytes 35754 tot 36827.