Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014
Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2000.
17. Asser (Asser Procesrecht/Asser 3 2013/219 en 224) wijst erop dat stellen en bewijsaanbod een eenheid vormen. Hij refereert aan Ashmann (M.J.A.M. Ashmann, Bewijs: verschuiving van “bewijzen naar “stellen”?’ in: Ashmann e.a., Bewijsrecht (bijdragen jaarvergadering Nederlandse Vereniging voor Procesrecht 27 november 2009), 2010, p. 13-27), die heeft gesignaleerd dat een probleem in onze procesrechtelijke praktijk is dat rechters vaak een bewijsaanbod passeren met het oordeel dat de partij met bewijslast onvoldoende heeft gesteld. Hij betoogt dat de eis dat voldaan moet zijn aan de stelplicht wil toelating tot getuigenbewijs mogelijk zijn, strikt genomen moet worden onderscheiden van de eis dat het bewijsaanbod voldoende gespecificeerd is maar dat de grenzen tussen beide vereisten niet steeds scherp zijn gemarkeerd en dat zich afbakeningsproblemen kunnen voordoen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611, en de alinea staat in dat document op bytes 42852 tot 43750.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611 | shasum -a 256