Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014

Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2000.

Deze constatering is van belang voor de vraag in hoeverre [eiseres] voldoende heeft gesteld, dan wel een relevant bewijsaanbod heeft gedaan. Haar stellingen en haar bewijsaanbiedingen moeten immers zien op beide bovengenoemde elementen. De rechter aan wie op grond van art. 200 Rv wordt verzocht een deskundige te doen horen, heeft een discretionaire bevoegdheid om het verzoek al dan niet te honoreren. Voor het inwilligen van het verzoek zal voor de rechter van belang zijn of de partijdeskundige vanuit zijn deskundigheid kan verklaren niet alleen omtrent de aanwezigheid van een geestelijke stoornis maar tevens omtrent de aanwezigheid van een causaal verband tussen de geestelijke stoornis en het verrichten van de rechtshandeling, in casu het maken van de uiterste wilsbeschikking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611, en de alinea staat in dat document op bytes 48808 tot 49609.