Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014
Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2000.
20. Onderdeel 1.1 klaagt dat het hof bij de beoordeling van de vraag of de uiterste wilsbeschikking van 20 mei 1999 nietig is op de grond dat de erflater wegens een geestelijke stoornis niet in staat was zijn wil te bepalen en overeenkomstig die wil te verklaren, is uitgegaan van een onjuiste maatstaf. Het onderdeel gaat daarbij ervan uit dat het hof in rov. 4.5, waar het overweegt dat uitgangspunt is de testeervrijheid en dat een uiterste wilsbeschikking slechts onder bijzondere omstandigheden aangevochten moet kunnen worden, een maatstaf formuleert die het hanteert in aanvulling op het bepaalde in art. 3:34 lid 1 BW. Daarbij wijst het onderdeel erop dat het hof in rov. 4.11 verwijst naar de maatstaf als weergegeven onder 4.5, nu de slotzin van rov. 4.11 luidt: “Kortom, de slotsom is dat het gestelde niet voldoet aan de maatstaf die hiervoor onder 4.5 is weergegeven”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611, en de alinea staat in dat document op bytes 50318 tot 51217.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611 | shasum -a 256