Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014

Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2000.

Het hof heeft in rov. 4.5 geen maatstaf geformuleerd die het hanteert in aanvulling op de maatstaf van art. 3:34 lid 1 BW. Het heeft in rov. 4.5 bij wijze van vooropstelling aangegeven dat slechts onder bijzondere omstandigheden op de testeervrijheid een inbreuk kan worden gemaakt door het aanvechten van de geldigheid van hetgeen een erflater als zijn uiterste wil in een testament heeft neergelegd. Het voegt daaraan toe dat het enkele bestaan van verstandelijke beperkingen en/of een geestelijke stoornis daarvoor niet voldoende is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611, en de alinea staat in dat document op bytes 51409 tot 51960.