Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014
Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2000.
Middelonderdeel 3 klaagt dat het hof in rov. 4.11 ten onrechte (ook) is voorbijgegaan aan de uitgebreide stellingen van [eiseres] over de gang van zaken bij het opmaken van de uiterste wilsbeschikking van 1999 en aan het bewijsaanbod om ‘de betrokken notarissen’ te horen. Het gaat daarbij als ik het goed begrijp om de notaris die het testament van 1980 heeft verleden en de notaris die het litigieuze testament van 1999 heeft verleden. Het onderdeel komt daarmee tevens op tegen rov. 4.10 waar het hof oordeelt dat ook de notaris, aan wie het in de eerste plaats is om te beoordelen of een testateur wilsonbekwaam is, kennelijk geen reden heeft gezien te twijfelen aan het vermogen van erflater om een uiterste wil te maken. Betoogd wordt dat dit oordeel onbegrijpelijk is tegen de achtergrond van hetgeen [eiseres] in de gedingstukken naar voren heeft gebracht omtrent de omstandigheden rond het passeren van het testament. Het gaat daarbij om de omstandigheid dat [verweerder 2], naar hij ter comparitie verklaarde, aanwezig was tijdens het passeren van het testament, dat hij het initiatief had genomen voor een afspraak met het notariskantoor, dat hij bij het gesprek met de notaris aanwezig was en dat hij met erflater terug op kantoor is geweest voor de ondertekening. Betoogd wordt voorts dat de notaris geen dossier heeft bijgehouden, althans niet voor zover [eiseres] is gebleken. Geklaagd wordt dat het hof de in de memorie van grieven gedane bewijsaanbiedingen niet had mogen passeren, waarbij wordt verwezen naar de vindplaatsen genoemd in de cassatiedagvaarding, voetnoot 7. Het betreft onder meer het bewijsaanbod onder nr. 180 van de memorie van grieven waar [eiseres] bewijs aanbiedt van haar stellingen dat de betrokken notarissen niet aan hun beroepsnormen en/of zorgplicht jegens erflater hebben voldaan, onder meer doordat zij zich niet ervan hebben vergewist of erflater begreep wat hij verklaarde, althans dat erflater zijn wil niet in vrijheid kon bepalen gezien de aanwezigheid van [verweerder 2] bij alle gesprekken. Bewijs wordt aangeboden door als getuigen te horen de bij het opmaken en passeren van de uiterste wilsbeschikking betrokken notarissen en de bij het passeren aanwezige of anderszins betrokken personen onder wie de getuigen en [verweerder 2]. Voorts wordt aangeboden deskundigen op het gebied van het notarieel recht te horen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611, en de alinea staat in dat document op bytes 60893 tot 63281.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611 | shasum -a 256