Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014

Alinea 87 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2000.

Het hof heeft het aanbod tot bewijslevering gepasseerd op de grond dat hetgeen [eiseres] heeft gesteld en aan producties in het geding heeft gebracht onvoldoende onderbouwing biedt voor een andere conclusie dan waartoe het hof is gekomen in rov. 4.7-4.10 waar het hof de stellingen van [eiseres] en de door haar in het geding gebrachte producties heeft beoordeeld. Deze conclusie was dat zelfs als ervan wordt uitgegaan dat erflater lijdende was aan een blijvende geestelijke stoornis, hieruit niet kan worden afgeleid dat hij ten gevolge van die stoornis, niet, althans onvoldoende, in staat was zijn wil te bepalen voor het beschikken over zijn nalatenschap. Het hof voegt daaraan nog toe dat – kortom – de slotsom is dat het gestelde niet voldoet aan de maatstaf die onder rov. 4.5 is gegeven, waarmee, zoals hiervoor uiteengezet, het hof doelt op de maatstaf van art. 3:34 lid 1 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c37957ed649b3cba9ab863628eb5fae943c77afe0833c90792935f0442bb611, en de alinea staat in dat document op bytes 64382 tot 65286.