Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014

Onder 3.2 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2001.

Subonderdeel 1a betoogt dat het daarin vervatte oordeel rechtens onjuist is, althans onbegrijpelijk is gemotiveerd, omdat uitsluitingsgronden per definitie zien op de inschrijver. Uit de aanhef van art. 45 Richtlijn 2004/18/EG, dat betrekking heeft op de door de aanbestedende dienst (mogelijk) toe te passen uitsluitingsgronden, volgt dat deze betrekking hebben op de “Persoonlijke situatie van de gegadigde of inschrijver” . Ook uit de implementatiebepaling in het Bao (art. 45) volgt duidelijk dat uitsluitingsgronden van toepassing zijn op “gegadigden” , “inschrijvers” en “ondernemers” . Een uitsluitingsgrond, aldus het subonderdeel, kan niet van toepassing zijn op een inschrijving, maar slechts op een inschrijver.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db9f39621d138d90b2ca7daa46f410f8a5dbed0e8dda299ff4037bd103e04e8c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db9f39621d138d90b2ca7daa46f410f8a5dbed0e8dda299ff4037bd103e04e8c, en de alinea staat in dat document op bytes 70796 tot 71732.