Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014

Onder 3.17 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2001.

Naar het oordeel van het HvJ EU is het een aanbestedende dienst derhalve toegestaan een fout in de beroepsuitoefening vast te stellen op elke grond die hij aannemelijk kan maken en is de aanbestedende dienst daarvoor niet op een in kracht van gewijsde gegaan vonnis aangewezen. Naar mijn mening impliceert dit oordeel niet dat een besluit van een mededingingsautoriteit (laat staan een nog niet onherroepelijk besluit) steeds en zonder meer voor de vaststelling van een ernstige beroepsfout volstaat. Voorts heeft het oordeel van het HvJ EU betrekking op de vaststelling van een ernstige beroepsfout, terwijl in casu niet die vaststelling aan de orde is, maar de beoordeling van de proportionaliteit van de aan die vaststelling te verbinden uitsluiting. Het getuigt naar mijn mening niet van een onjuiste rechtsopvatting en het is evenmin onbegrijpelijk dat het hof als kortgedingrechter in het feit dat het besluit van de mededingingsautoriteit waarop de vaststelling van de litigieuze beroepsfout is gebaseerd, (nog) niet onherroepelijk is, reden temeer heeft gezien om het besluit van VWS om de Combinatie niet naar aanleiding van die beroepsfout uit te sluiten, terughoudend te toetsen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db9f39621d138d90b2ca7daa46f410f8a5dbed0e8dda299ff4037bd103e04e8c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db9f39621d138d90b2ca7daa46f410f8a5dbed0e8dda299ff4037bd103e04e8c, en de alinea staat in dat document op bytes 87924 tot 89162.