Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014

Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2002.

Bij brief van 21 februari 2000 van mr. Werners aan mr. Hardeman staat onder meer geschreven (productie A1 bij memorie van grieven): Uw brief van 27 januari jl., door mij ontvangen op 3 februari jl., heb ik met cliënt besproken. Cliënt voelt zich niet meer gehouden aan hetgeen naar aanleiding van het viergesprek [op 1 juli 1999 zo begrijpt het hof] is overeengekomen. Uw cliënte heeft stelselmatig geweigerd medewerking te verlenen en heeft bij haar vertrek uit de woning een ravage en leeg huis achtergelaten. (…) Hierbij verwijs ik ook naar mijn schrijven van 14 juli jl respectievelijk 22 juli jl. en 31 augustus jl. met bijlagen. [Deze brieven zijn in deze procedure niet overgelegd; toev. hof]. Voorts wordt in deze brief uitvoerig stilgestaan bij (de verdeling van) de inboedel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/661f35a3b13b73ede7f22d8933160bdcdbaeb6a431a3fbca57e2e7f3bc0ebbf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 661f35a3b13b73ede7f22d8933160bdcdbaeb6a431a3fbca57e2e7f3bc0ebbf2, en de alinea staat in dat document op bytes 20335 tot 21173.