Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014
Onder 3.12 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2002.
De rechtsklacht van onderdeel 1 houdt in de eerste plaats in dat het hof de juiste betekenis van “rechtsverwerking” (art. 6:248 BW ) en “gerechtvaardigd vertrouwen” (art. 3:35 BW) heeft miskend, aangezien volgens vaste rechtspraak “enkel stilzitten” door een rechthebbende niet voldoende is om aan te nemen dat er sprake is van rechtsverwerking. Vereist is dat de rechthebbende zich heeft gedragen op een wijze die bij de wederpartij (door de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden) het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat de rechthebbende zijn aanspraak niet meer geldend zal maken, dan wel de positie van de wederpartij onredelijk wordt benadeeld of verzwaard indien de rechthebbende zijn aanspraak alsnog geldend zou maken. Deze vaste rechtspraak is volgens de man niet genoemd en evenmin toegepast door het hof. De omstandigheden die het hof behandelt, komen volgens de klacht neer op enkel stilzitten. Daarbij miskent het hof verder dat op de vrouw een op art. 3:35 BW of de redelijkheid en billijkheid gebaseerde onderzoeksplicht rustte of de man inderdaad berustte in de feitelijke afwikkeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap – bijvoorbeeld door een simpel briefje te schrijven. Dat geldt volgens deze klacht te sterker, naar mate een rechtshandeling nadeliger is voor een partij als de man en de redelijkheid en billijkheid zich verzet tegen afwenteling van het nadeel van enkel stilzitten op uitsluitend de man, in het bijzonder nu vaststaat dat sprake is van een – kort gezegd – vechtscheiding. Schending van deze onderzoeksplicht door de vrouw blokkeert het aannemen van gerechtvaardigd vertrouwen. Volgens de motiveringsklacht van onderdeel 1 in de cassatiedagvaarding onder 8 en 9 is sprake van een onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd oordeel, voor zover het hof tot uitdrukking heeft willen brengen dat er in het onderhavige geval sprake is van bijzondere omstandigheden die het oordeel rechtvaardigen dat er sprake is van rechtsverwerking aan de zijde van de man, zoals door het hof in rov. 3.9 afgeleid uit het “het weloverwogen afzien” van juridische actie – wellicht uit financiële overwegingen – en het “PS” van de brief van de man van 29 februari 2008.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/661f35a3b13b73ede7f22d8933160bdcdbaeb6a431a3fbca57e2e7f3bc0ebbf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 661f35a3b13b73ede7f22d8933160bdcdbaeb6a431a3fbca57e2e7f3bc0ebbf2, en de alinea staat in dat document op bytes 29512 tot 31946.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/661f35a3b13b73ede7f22d8933160bdcdbaeb6a431a3fbca57e2e7f3bc0ebbf2 | shasum -a 256