Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014

Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2002.

Onderdeel 2 richt zich ook met een rechts- en motiveringsklacht tegen het oordeel van het hof in rov. 3.12 dat er al een verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap heeft plaatsgevonden, althans tegen het (impliciete) oordeel dat de vrouw is geslaagd in het haar daarvan opgedragen bewijs (voor zover dit zo begrepen moet worden). Het onderdeel knoopt dit vast aan de omstandigheid dat principale grieven I en II slagen. Het onderdeel heeft in die zin een voorwaardelijk karakter, dat het is voorgesteld “voor zover het arrest zo geïnterpreteerd dient te worden” (cassatiedagvaarding onder 12), waarbij de man overigens dit noteert: “Alhoewel het hof dat niet met zoveel woorden aangeeft in de overwegingen, kan uit rechtsoverweging 3.12, in samenhang gelezen met de grieven I en II in principaal appel, niet anders dan geconcludeerd worden dat het hof van oordeel is dat (…) (de vrouw) geslaagd is in de aan haar opgedragen bewijsopdracht.” (cassatiedagvaarding onder 14).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/661f35a3b13b73ede7f22d8933160bdcdbaeb6a431a3fbca57e2e7f3bc0ebbf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 661f35a3b13b73ede7f22d8933160bdcdbaeb6a431a3fbca57e2e7f3bc0ebbf2, en de alinea staat in dat document op bytes 39438 tot 40547.