Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2014
Onder 4.5. Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2015.
Vooropgesteld wordt dat de Hoge Raad in zijn arrest van 30 juni 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BH3079) heeft overwogen dat een aangehouden verdachte door de politie voorafgaand aan diens eerste verhoor moet worden gewezen op het recht een advocaat te raadplegen. In het door de steller van het middel aangehaalde arrest van 9 november 2010 (ECLI:NL:HR:2010:BN7727) heeft de Hoge Raad overwogen dat die regel niet zonder meer geldt als het gaat om een niet aangehouden verdachte. Bijzondere omstandigheden kunnen met zich brengen dat art. 6 EVRM (recht op een eerlijk proces) eraan in de weg staat een verklaring van een niet aangehouden verdachte die voorafgaand aan het verhoor niet is gewezen op zijn consultatierecht, tot het bewijs te bezigen. Welke bijzondere omstandigheden de Hoge Raad in dit verband voor ogen staan, kan uit de jurisprudentie vooralsnog niet in algemene zin worden beantwoord. Van dergelijke omstandigheden lijkt echter niet snel sprake te zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d4b290d138f1ed4b1c4da62e074a9c10fc02f2d16f12d5ba2b6661d1fa4237e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d4b290d138f1ed4b1c4da62e074a9c10fc02f2d16f12d5ba2b6661d1fa4237e, en de alinea staat in dat document op bytes 16828 tot 17802.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2d4b290d138f1ed4b1c4da62e074a9c10fc02f2d16f12d5ba2b6661d1fa4237e | shasum -a 256