Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2014

Onder 14. Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:206.

Het tweede middel valt blijkens de toelichting daarop uiteen in twee klachten, die achtereenvolgens zullen worden behandeld. Ten eerste wordt gesteld dat Uw Raad dient terug te komen van vaste rechtspraak omtrent art. 341, derde lid, Sv, waaruit volgt dat de verklaringen van een verdachte alleen ‘te zijnen aanzien’ kunnen gelden. Door deze verklaringen wel tot het bewijs te bezigen, heeft het hof gehandeld in strijd met art. 341, derde lid, Sv, aldus het middel. Voorts wordt betoogd dat de nadere overweging van het hof met betrekking tot de betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte] geen blijk geeft van een kritische grondhouding ten opzichte van verklaringen van een medeverdachte die er evident belang blij heeft ‘zijn eigen stoepje schoon te vegen’. Een verklaring van een medeverdachte is per definitie niet betrouwbaar, tenzij er voldoende steunbewijs is, zo luidt de stelling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77832ae1ed7a760a90775eee02ce4ace3925eaa2450691abe58265a5f4e4ba40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77832ae1ed7a760a90775eee02ce4ace3925eaa2450691abe58265a5f4e4ba40, en de alinea staat in dat document op bytes 14677 tot 15640.