Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2014

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2129.

7. Indien de dagvaarding of oproeping van de verdachte rechtsgeldig is betekend en noch de verdachte noch zijn raadsman op de terechtzitting is verschenen, kan de rechter – behoudens duidelijke aanwijzingen van het tegendeel – uitgaan van het vermoeden dat de verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht. Indien sprake is van bedoelde duidelijke aanwijzingen behoort het onderzoek ter terechtzitting te worden geschorst teneinde de verdachte in de gelegenheid te stellen alsnog bij het onderzoek aanwezig te zijn. Die schorsing behoort in de regel plaats te hebben in geval op de terechtzitting blijkt dat de verdachte op dat moment uit anderen hoofde is gedetineerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9107caec2fffcefb128a08f8ad04c4407191168e37062472dec2b3ca986a9b2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9107caec2fffcefb128a08f8ad04c4407191168e37062472dec2b3ca986a9b2d, en de alinea staat in dat document op bytes 9079 tot 9886.