Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2014
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2129.
Hierbij doe ik aangifte tegen [verdachte], wonende te [woonplaats]. [verdachte] is werkzaam bij [A]. Hij kon ons op een voordelige wijze badkameraccessoires leveren. [verdachte] heeft op 19 juni 2003 een offerte gemaakt. Op de offerte staan de te leveren goederen vermeld. Tevens hebben wij een buis besteld die niet op de offerte vermeld staat. In totaal hebben wij 4.917,47 euro betaald aan [verdachte], inclusief provisie. Het geld hebben we in gedeelten betaald. We hebben een aanbetaling gedaan. Dat bedrag moest [verdachte] aan [A] betalen zodat de door ons bij [verdachte] bestelde goederen bij [A] besteld konden worden. Op 29 augustus 2003 werd door [verdachte] aan ons een aantal bestelde goederen geleverd. De totale waarde van deze goederen is 783,88 euro. Op 1 september 2003 zouden de overige goederen bij ons thuis worden afgeleverd. Mijn vader is met [verdachte] naar de dependance van [A] in Dachten gegaan, waar onze spullen zouden staan. De spullen waren niet binnengekomen. Op maandag 8 september 2003 ben ik bij de dependance van de [A] geweest. Toen bleek dat de door ons bestelde goederen wel door [verdachte] waren besteld, maar dat [verdachte] geen aanbetaling aan het bedrijf had gedaan. In totaal zijn we voor een bedrag van 4133,59 euro door [verdachte] benadeeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9107caec2fffcefb128a08f8ad04c4407191168e37062472dec2b3ca986a9b2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9107caec2fffcefb128a08f8ad04c4407191168e37062472dec2b3ca986a9b2d, en de alinea staat in dat document op bytes 13977 tot 15282.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9107caec2fffcefb128a08f8ad04c4407191168e37062472dec2b3ca986a9b2d | shasum -a 256