Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2014

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2129.

In HR 16 december 1975, ECLI:NL:HR:1975:AB5043, NJ 1976/186, m.nt. Van Veen was aan de verdachte een bedrag van fl 3.000,- ter hand gesteld om een in zijn bezit zijnde auto te doen repareren en om die auto na de reparatie aan degene van wie hij de fl 3.000,- had gehad ter beschikking te stellen. De verdachte had, alvorens die auto te doen repareren, besloten deze na de reparatie niet ter beschikking van het slachtoffer te stellen en vervolgens aan dit besluit uitvoering gegeven. De veroordeling ter zake van verduistering bleef in cassatie in stand. De verdachte had als heer en meester beschikt over het geldbedrag in strijd met het recht krachtens hetwelk hij het onder zich had en aldus zich dat geldbedrag toegeëigend. In een andere zaak oordeelde de Hoge Raad dat giraal geld dat abusievelijk door een ander op iemands bankrekening is overgemaakt kan worden aangemerkt als ‘goed’ dat als ‘toebehorende’ aan die ander vatbaar is voor ‘toe-eigening’ in de zin van art. 321 Sr door de rekeninghouder.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9107caec2fffcefb128a08f8ad04c4407191168e37062472dec2b3ca986a9b2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9107caec2fffcefb128a08f8ad04c4407191168e37062472dec2b3ca986a9b2d, en de alinea staat in dat document op bytes 17687 tot 18784.