Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2014

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2129.

19. In het licht van het voorafgaande vraagt het arrest van de Hoge Raad van 2 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV8280, NJ 2013/14, m.nt. Borgers, de aandacht. Daarin stond centraal de koop van goederen die via Marktplaats.nl waren aangeboden. De goederen waren reeds betaald, maar werden niet geleverd. De Hoge Raad oordeelde, in afwijking van de conclusie van de Advocaat-Generaal, dat in de enkele omstandigheid dat degene die krachtens overeenkomst een geldbedrag als koopsom heeft ontvangen (vervolgens) nalaat de door hem verschuldigde tegenprestatie te leveren, nog geen reden te vinden is om af te wijken van de uit het burgerlijk recht voortvloeiende regel dat de ontvangen koopsom na het effectueren van die betaling tot het vermogen van de (nalatige) verkoper is gaan behoren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9107caec2fffcefb128a08f8ad04c4407191168e37062472dec2b3ca986a9b2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9107caec2fffcefb128a08f8ad04c4407191168e37062472dec2b3ca986a9b2d, en de alinea staat in dat document op bytes 23587 tot 24385.