Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2014
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2129.
20. De vraag rijst hoe het laatstgenoemde arrest zich verhoudt tot de hiervoor, onder 17 besproken lijn in de jurisprudentie. Ik wijs op twee aspecten. In de eerste plaats is de kernoverweging van de Hoge Raad in dit arrest in sterkere mate dan in eerdere uitspraken geënt op het burgerlijk recht. Daarin wordt niet gerefereerd aan het strafrechtelijke toebehorensbegrip, maar wordt slechts gerept van de civielrechtelijk gekleurde begrippen koopsom, tegenprestatie en vermogen. Wordt daarmee de ‘autonomie van het materiële strafrecht’ gerelativeerd? Of was die positie van het materiële strafrecht in dit opzicht wellicht niet zo autonoom als wel uit eerdere arresten is afgeleid? Ik volsta in dit verband met het volgende. De vraag naar het toebehoren ziet, eenvoudig gezegd, in de kern op het verschil tussen ‘het mijn en het dijn’. Het ligt naar mijn mening in de rede dat bij de invulling van het toebehorensbegrip de civielrechtelijke verhoudingen een zeer belangrijke rol spelen. Dat uitgangspunt laat onverlet dat de invulling van een begrip als ‘toebehoren’ in een strafrechtelijke context en in het licht van de strekking van de bepaling accentverschillen kan vertonen met de civielrechtelijke benadering van een verwant begrip. Van ‘autonomie’ lijkt in een dergelijke benadering echter niet te kunnen worden gesproken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9107caec2fffcefb128a08f8ad04c4407191168e37062472dec2b3ca986a9b2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9107caec2fffcefb128a08f8ad04c4407191168e37062472dec2b3ca986a9b2d, en de alinea staat in dat document op bytes 24442 tot 25871.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9107caec2fffcefb128a08f8ad04c4407191168e37062472dec2b3ca986a9b2d | shasum -a 256