Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2014
Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2129.
24. In de voorliggende zaak rijst de vraag met welke van de genoemde gevallen deze de meeste verwantschap vertoont, de Marktplaats-zaak of met andere zaken waarin het begrip toebehoren een eigen, strafrechtelijk accent heeft gekregen. Op het eerste gezicht is, evenals in de Marktplaats-zaak, sprake van een geldbedrag dat is verstrekt ten behoeve van de aankoop van goederen. Bewezen is verklaard dat de verdachte opzettelijk enige goederen (geldbedragen) toebehorende aan [betrokkene 1], “welke goederen verdachte anders dan door misdrijf, te weten uit hoofde van aan hem, verdachte, verstrekte gelden (ten behoeve van de aankoop van goederen), onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.” Uit het arrest en de aanvulling bewijsmiddelen wordt evenwel duidelijk dat de verdachte de geldbedragen niet namens de sanitairgroothandel als koopsom in ontvangst heeft genomen, maar dat [betrokkene 1] de geldbedragen aan de verdachte in zijn hoedanigheid van kennelijke tussenpersoon heeft verstrekt teneinde namens [betrokkene 1] sanitair bij de groothandel te kopen. De verdachte had deze accessoires niet zelf in zijn bezit, maar zou die vervolgens namens [betrokkene 1] bij de groothandel bestellen. Daarin verschilt de zaak van de Marktplaats-zaak en vertoont deze verwantschap met HR 4 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4044, NJ 2000/537, m.nt. Schalken (dollarobligaties). Gelet op de onder bewijsmiddel 1 opgenomen verklaring van [betrokkene 1], inhoudende “We hebben een aanbetaling gedaan. Dat bedrag moest [verdachte] aan [A] betalen zodat de door ons bij [verdachte] bestelde goederen bij [A] besteld konden worden” is er tevens sprake van de verstrekking van geld voor een specifiek aangegeven doel. Weliswaar was de verdachte niet verplicht precies hetzelfde geld als dat aan hem betaald was aan de groothandel te betalen, het geldbedrag was wel aan hem betaald met als doel dat hij een bedrag van dezelfde grootte zou voldoen, zodat de door hem bestelde goederen ook geleverd zouden kunnen worden. In zoverre vertoont de onderhavige zaak ook overeenkomsten met HR 5 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4638 (plastische chirurgie), al was er geen sprake van een schenking, alsmede met HR 16 december 1975, ECLI:NL:HR:1975:AB5043, NJ 1976/186, m.nt. Van Veen (geld voor reparatie auto) en HR 11 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX3620 (geld voor beleggingen).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9107caec2fffcefb128a08f8ad04c4407191168e37062472dec2b3ca986a9b2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9107caec2fffcefb128a08f8ad04c4407191168e37062472dec2b3ca986a9b2d, en de alinea staat in dat document op bytes 28484 tot 30939.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9107caec2fffcefb128a08f8ad04c4407191168e37062472dec2b3ca986a9b2d | shasum -a 256