Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2014

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2129.

25. Gelet op het feit dat de verdachte optrad als tussenpersoon en aan hem het geldbedrag ter beschikking is gesteld uitsluitend met als doel de bij de groothandel bestelde goederen te betalen, heeft het hof naar mijn mening kunnen oordelen dat het geldbedrag in strafrechtelijke zin aan [betrokkene 1] is blijven toebehoren. Uit de bewijsmiddelen 1 en 2 volgt dat het bedrag tevens een – niet gespecificeerd - bedrag aan provisie omvatte. Kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft het hof geoordeeld dat sprake is van een onlosmakelijke samenhang met het overige geldbedrag en dat derhalve het totale bedrag in de bewezenverklaring kan worden betrokken. Het hof heeft het bewezen verklaarde aldus uit de gebezigde bewijsmiddelen kunnen afleiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9107caec2fffcefb128a08f8ad04c4407191168e37062472dec2b3ca986a9b2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9107caec2fffcefb128a08f8ad04c4407191168e37062472dec2b3ca986a9b2d, en de alinea staat in dat document op bytes 30996 tot 31755.