Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2014

Onder 3.7.2 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:217.

Zelfs een vrij algemeen, potentieel groot, belang als genoemd onder 3.7.1 zou ik niet spoedig van doorslaggevende betekenis achten in een situatie waarin ook het belang van de profiterende partij (potentieel) beduidend is. Joba heeft in dat verband gewezen op de boete (10% van de koopprijs) die zij bij niet-levering zou verbeuren. Men zou daartegen in kunnen brengen dat Joba in een setting als de onderhavige – vóór de levering wisten koper en verkoper van het voorkeursrecht van een derde – rechtens geen boete zou verbeuren bij het niet meewerken aan de levering. Mogelijk is die stelling juist. Maar of dat laatste het geval is, is zo ongewis dat in redelijkheid niet van Joba kon worden gevergd dat ze het risico nam dat zij voor betaling van die boete zou worden aangesproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e3e2f061146128d3e306a2df3ad020034e63f9db6f880a5ca53a5924c0bd415. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e3e2f061146128d3e306a2df3ad020034e63f9db6f880a5ca53a5924c0bd415, en de alinea staat in dat document op bytes 23495 tot 24461.