Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2014
Onder 4.3 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:217.
In de rechtspraak is enige steun te vinden voor de stelling dat het aankomt op de wetenschap ten tijde van de obligatoire overeenkomst. Of het hier, zoals Brunner lijkt te menen, gaat om een wet van Meden en Perzen, is voor mij minder vanzelfsprekend. Onder bijzondere omstandigheden, met name bij een heel beperkt belang van profiterende partij en een kenbaar heel groot belang van de potentiële benadeelde of bereidheid van deze laatste om het te missen voordeel bij de profiterende partij te vergoeden, zou ik me kunnen voorstellen dat na de obligatoire overeenkomst maar vóór de juridische levering opgekomen wetenschap ertoe zou kunnen doen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e3e2f061146128d3e306a2df3ad020034e63f9db6f880a5ca53a5924c0bd415. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e3e2f061146128d3e306a2df3ad020034e63f9db6f880a5ca53a5924c0bd415, en de alinea staat in dat document op bytes 28765 tot 29619.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e3e2f061146128d3e306a2df3ad020034e63f9db6f880a5ca53a5924c0bd415 | shasum -a 256