Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2014
Onder 4.1.2 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:219.
“In het voorontwerp werd de mogelijkheid om voor anderen in rechte op te treden beperkt tot een actie uit onrechtmatige daad. Binnen de Sociaal-Economische Raad bleek een meerderheid er evenwel voorstander van te zijn het vorderingsrecht voor belangenorganisaties ook op het gebied van het contractenrecht toe te staan. Zo wijst deze meerderheid erop dat rechten en belangen van afnemers van identieke of in allerlei opzichten vergelijkbare produkten of diensten vaak zodanig gelijk zijn, dat hun contractuele vorderingen beter gezamenlijk dan individueel kunnen worden ingesteld. Als een inbreuk op een contractuele rechtsplicht op grote schaal plaatsvindt, is er volgens deze meerderheid alles voor te zeggen om ook daartegen gebundeld op te treden. Dezelfde voordelen en doeleinden die een collectief vorderingsrecht in gevallen van onrechtmatige daad onder omstandigheden rechtvaardigen, doen zich ook bij grootschalige wanprestatie voor, aldus deze meerderheid. Ook naar mijn mening zijn er geen goede gronden, het vorderingsrecht van belangenorganisaties te beperken tot enkele met name genoemde vorderingen. Of in een concrete situatie een collectieve actie mogelijk en wenselijk is, is niet afhankelijk van de grondslag van de vordering die een organisatie wenst in te stellen, maar van de vraag of de bij de vordering betrokken belangen zich voor «bundeling» lenen. Waar bijvoorbeeld de rechtspositie van vele contractanten door de standaardisatie in de produktie van goederen en diensten en door het gebruik van algemene voorwaarden, belangrijke parallellen vertoont, is een optreden door een consumentenorganisatie mogelijk in geval er problemen ontstaan. Maar ook buiten het gebied van het contractenrecht en de onrechtmatige daad kunnen zich parallellen in rechtsposities voordoen, die een collectief optreden rechtvaardigen; men denke aan een actie uit onverschuldigde betaling. Er is daarom bij het onderhavige wetsvoorstel voor gekozen de vorderingsbevoegdheid voor belangenorganisaties niet te beperken tot enkele uitdrukkelijk opgesomde vorderingen. Behoudens voor zover het een vordering tot schadevergoeding te voldoen in geld betreft (waarover hieronder meer), is het een dergelijke organisatie in principe toegestaan iedere vordering in te stellen. (toegevoegde cursivering, A-G) Voor ontvankelijkheid is dan ook niet het type vordering doorslaggevend, maar, zoals gezegd, of de bij de vordering betrokken belangen zich voor bundeling lenen. Of dit het geval is, is geheel afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Zijn de bij de procedure betrokken belangen te veelsoortig, dan is voor een collectieve actie geen plaats. Reeds eerder is aangegeven dat slechts gelijksoortige belangen zich voor bundeling lenen. Belangenorganisaties kunnen onder het onderhavige wetsvoorstel niet alleen een bevel of verbod vragen, maar ook nakoming van contractuele verplichtingen. Hierin ligt een uitbreiding ten opzichte van het voorontwerp.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1fbefb5ad3f5ef9b3168b066ef01466c1027ac33d1722a64173fa3b87121624. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1fbefb5ad3f5ef9b3168b066ef01466c1027ac33d1722a64173fa3b87121624, en de alinea staat in dat document op bytes 44639 tot 47650.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a1fbefb5ad3f5ef9b3168b066ef01466c1027ac33d1722a64173fa3b87121624 | shasum -a 256