Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2014
Onder 4.3 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:219.
Gedacht kan worden aan het geval dat een door een bepaalde gebeurtenis gedupeerde groep personen een vereniging opricht teneinde schadevergoeding te vorderen. Het kan gaan om de slachtoffers van een ondeugdelijk medicijn of medisch hulpmiddel of aan de slachtoffers en nabestaanden van slachtoffers van een vliegtuigramp. De sterkere onderhandelingspositie die hierdoor verkregen wordt, kan een motief zijn om zich te verenigen en eventueel collectief in rechte op te treden. Wel geldt uiteraard ook in dit geval dat de schade moet kunnen worden gespecificeerd en zo nodig bewezen. Ook zal zoals steeds de ontvankelijkheid afhangen van de vervulling van de vereisten die in het eerste en het tweede lid van artikel 305a zijn opgenomen. Wanneer het gaat om schadevergoedingen die in elk individueel geval anders zijn samengesteld, zal de vordering afstuiten op het te ongelijksoortige karakter van de bij de zaak betrokken belangen (lid 2).”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1fbefb5ad3f5ef9b3168b066ef01466c1027ac33d1722a64173fa3b87121624. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1fbefb5ad3f5ef9b3168b066ef01466c1027ac33d1722a64173fa3b87121624, en de alinea staat in dat document op bytes 55821 tot 56776.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a1fbefb5ad3f5ef9b3168b066ef01466c1027ac33d1722a64173fa3b87121624 | shasum -a 256