Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2014

Onder 4.12 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:219.

De mogelijkheid van stuiting door een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt, is pas later in de wet opgenomen. De introductie van deze eenvoudige wijze van stuiting hield verband met de verkorting van de verjaringstermijnen. Er is geen aanleiding deze ratio niet te laten gelden bij een collectieve actie. Een uitleg vanuit de systematiek van de wet is op grond hiervan niet overtuigend. Hartkamp heeft erop gewezen dat de wijzigingen niet allemaal even goed doordacht zijn geweest. Dan is voorzichtigheid geboden bij de systematische duiding van de wet. Ik meen dat de tekst van art. 3:317 niet in de weg staat aan een bevestigende beantwoording van de vraag die aan uw Raad is voorgelegd. Ik heb vanzelfsprekend ook gezien dat mijn ambtgenote Wesseling-Van Gent in haar conclusie bij de zaak Far Trading/Edco het standpunt heeft ingenomen dat de stuiting moet uitgaan van de gerechtigde zelf, maar daarbij is zij niet ingegaan op de mogelijkheid van toerekening van een stuitingshandeling. De Hoge Raad heeft dat wel gedaan en overwoog (rov. 3.3.2):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1fbefb5ad3f5ef9b3168b066ef01466c1027ac33d1722a64173fa3b87121624. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1fbefb5ad3f5ef9b3168b066ef01466c1027ac33d1722a64173fa3b87121624, en de alinea staat in dat document op bytes 79698 tot 81054.