Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 november 2014

Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 21 november 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2199.

Het hof heeft in rov. 3.13 geoordeeld dat de rechter die voor de vraag staat of en zo ja, in hoeverre, hij van zijn bevoegdheid tot matiging van de wettelijke verhoging gebruik zal maken, rekening moet kunnen houden – als daarbij in ogenschouw te nemen omstandigheid – met een eventuele aanspraak van de werknemer op vergoeding van wettelijke rente over die verhoging. Dit met het oog op het voorkomen van onredelijke cumulatie van de wettelijke verhoging met de wettelijke rente. Dat oordeel geeft – gelet op hetgeen hierboven is opgemerkt – geen blijk van miskenning van de toe te passen regels. Daaraan doet niet af dat het in het aangehaalde arrest van de Hoge Raad van 5 januari 1979 ging om een vordering tot betaling van wettelijke rente over het te laat betaalde loon (naast de vordering tot wettelijke verhoging) en niet om een vordering tot betaling van wettelijke rente over de wettelijke verhoging. Het komt mij voor dat de ratio van de beslissing van de Hoge Raad in het arrest van 1979 evenzeer heeft te gelden voor de vordering in de onderhavige procedure.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/55af99649731ee584090a673a469d33055dd044d14a1ae3974ab58f6a9dd4491. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 55af99649731ee584090a673a469d33055dd044d14a1ae3974ab58f6a9dd4491, en de alinea staat in dat document op bytes 14459 tot 15615.