Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2014

Onder 2.1 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:222.

“Door het rapport van april 1999 was derhalve aan Botersloot bekend dat er asbest in het gebouw aanwezig was en dat de kans minst genomen niet denkbeeldig was dat de asbestvervuiling aanzienlijker zou zijn dan bij de visuele inspectie was geconstateerd. (…) Dat in een later stadium, te weten op 31 oktober 2000, is geconstateerd dat inmiddels sprake was van een dusdanige asbestbesmetting dat het gebouw moest worden ontruimd, doet aan het voorgaande niet af. Botersloot stelt immers dat iedere aanwezigheid van asbest tot aansprakelijkheid van Fortis leidt en spreekt Fortis aan op grond van de - naar haar stelling - in de koopovereenkomst van 14 april 1993 en in de akte van levering van 2 augustus 1994 afgelegde onwaarachtige verklaringen dat zich in het gebouw geen asbesthoudende materialen bevinden. Botersloot wist in elk geval in april 1999 dat het gebouw - volgens haar eigen redenering - niet de eigenschappen bezat die zij op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Door desondanks Fortis eerst bij brief van 7 december 2000 hiervan op de hoogte te stellen, heeft zij niet binnen bekwame tijd geklaagd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f523809f15f7b8bf5fce77e7045b0d1d5d34d31fef11ad5b7d91ac18cdae71a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f523809f15f7b8bf5fce77e7045b0d1d5d34d31fef11ad5b7d91ac18cdae71a4, en de alinea staat in dat document op bytes 15332 tot 16470.