Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2014

Onder 3.5 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:222.

Het verschijnsel waarop het onderdeel doelt − namelijk het strategisch al dan niet als een gebrek benoemen van bepaalde feiten en omstandigheden met het oog op de aanvang van de in de art. 7:23 lid 1 bedoelde onderzoeks- en klachttermijn – is op zichzelf beschouwd niet denkbeeldig. De koper geeft ermee echter de mogelijkheid prijs dat bepaalde feiten en omstandigheden reeds een (zelfstandig) gebrek opleveren, terwijl kwestieus is of hij ermee veel opschiet. Immers, een verkoper kan steeds wijzen op feiten en omstandigheden waarvan de koper volgens de verkoper reeds eerder op de hoogte was of had behoren te zijn en die de koper reeds eerder aanleiding hadden moeten geven tot (het melden van een onderzoek respectievelijk) het klagen bij de verkoper.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f523809f15f7b8bf5fce77e7045b0d1d5d34d31fef11ad5b7d91ac18cdae71a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f523809f15f7b8bf5fce77e7045b0d1d5d34d31fef11ad5b7d91ac18cdae71a4, en de alinea staat in dat document op bytes 31973 tot 32747.