Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2014

Onder 27 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2229.

31. Uit de bewijsmiddelen komt in ieder geval naar voren dat verdachte [betrokkene 1] beschuldigt van dat misbruik en de tenlastegelegde woorden “ (…) de eer en de goede naam van [betrokkene 1] (…) heeft aangerand door telastelegging van bepaalde feiten (…)” heeft het Hof op grond van de bewijsmiddelen kunnen bewijzen. Het in de aanvulling als eerste genoemde bewijsmiddel (ten aanzien van het onder 1 primair en 2 primair bewezenverklaarde) is een verklaring van [betrokkene 1] en die houdt voor zover hier van belang in: “ Mijn moeder en haar man (gedoeld wordt daarmee onder meer op verdachte; PV) beschuldigen mij al drie jaar van seksueel misbruik van mijn dochters.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d1a397c348564d5278aca057126239929d2408cb05ec897bfd38d185d06da72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d1a397c348564d5278aca057126239929d2408cb05ec897bfd38d185d06da72, en de alinea staat in dat document op bytes 59431 tot 60133.