Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2014

Onder 34 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2229.

39. Uit de bewijsmiddelen blijkt voor wat betreft de brief aan de directeur dat verdachte die brief aan hem zond, omdat hij hem wilde spreken over seksueel misbruik van de kinderen. Zijn kennelijke doel was dus over het (onware) misbruik spreken. De brief diende dus onder meer als ondersteuning van het in de toekomst mondeling nader bekendheid en/of ruchtbaarheid geven aan het vermeende misbruik. Dat de brief zoals de steller van het middel naar voren brengt ook een passage bevat met een verzoek om extra alert te zijn op aanwijzingen van seksueel misbruik staat in cassatie niet vast en moet dus buiten beschouwing blijven. Overigens wordt die alertheid onder meer verlangd op basis van onjuiste informatie zoals het eerder genoemde in de broek plassen. In het oordeel van het Hof kan hiermee geacht worden besloten te liggen dat het kennelijke doel van de brief op zijn minst was bekendmaking aan derden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d1a397c348564d5278aca057126239929d2408cb05ec897bfd38d185d06da72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d1a397c348564d5278aca057126239929d2408cb05ec897bfd38d185d06da72, en de alinea staat in dat document op bytes 63921 tot 64910.