Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 november 2014

Onder 4.20 Parket bij de Hoge Raad 20 november 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2238.

In het derde lid krijgt het coördinatieregime concreet gestalte door middel van een instemming van burgemeester en wethouders omtrent tijdstip en wijze van uitvoering van de werkzaamheden. De gemeente dient de voorgenomen werkzaamheden derhalve te beoordelen teneinde de coördinerende taak te kunnen waarmaken. Zonder de instemming kan de aanbieder niet overgaan tot het verrichten van de werkzaamheden. De instemming is derhalve als een dienst aan de aanbieder te beschouwen zodat ter zake daarvan leges kunnen worden geheven. Dit is onlangs nog bevestigd in het arrest van de Hoge Raad van 11 december 1996 (nr. 31 623, BNB 1997/58) inzake legesheffing door een waterschap in een situatie van gedoogplicht op grond van de WTV.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1a7d76fc9df79bf982f6208c2c6374c67a9d14de0563166808b69567871692b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1a7d76fc9df79bf982f6208c2c6374c67a9d14de0563166808b69567871692b, en de alinea staat in dat document op bytes 94445 tot 95188.