Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 november 2014

Onder 3.9 Parket bij de Hoge Raad 21 november 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2242.

Volgens het onderdeel is dit oordeel rechtens onjuist, en is het oordeel in elk geval onvoldoende gemotiveerd. Het onderdeel stelt dat ING aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd dat aan [verweersters] een ‘ernstig persoonlijk verwijt’ kan worden gemaakt omdat zij namens BTO aan ING een betalingsopdracht hebben verstrekt terwijl zij wisten of redelijkerwijs behoorden te begrijpen dat BTO daarvoor niet zou kunnen instaan en dat BTO ook geen verhaal zou bieden voor de schade die ING als gevolg daarvan zou lijden. Ter nadere onderbouwing van dit ‘ernstig persoonlijk verwijt’ heeft ING volgens het onderdeel het volgende aangevoerd:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa864d307f05ed293c37972619038b60ccfac346b4ef0850901b967610415e2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa864d307f05ed293c37972619038b60ccfac346b4ef0850901b967610415e2a, en de alinea staat in dat document op bytes 20979 tot 21769.