Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2014

Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2245.

In tegenstelling tot wat in § 6.6 van het cassatieverzoekschrift wordt gesteld, kon het hof zonder zijn motiveringsplicht te verzaken aan het beroep tijdens de mondelinge behandeling op het arrest van de Hoge Raad d.d. 28 juni 2013 (ECLI:NL:HR:2013:48, NJ 2013,365) voorbijgaan, aangezien dat beroep niet vergezeld ging van duidelijke en goed onderbouwde en gedocumenteerde informatie van de kant van [verzoeker] over zijn gehele financiële situatie. Daardoor was niet boven iedere redelijke twijfel verheven dat het faillissement voor 3-in-1 niets zou kunnen opleveren en slechts tot toename van de schulden zou kunnen leiden. Bij deze stand van zaken was de benoeming van een curator gewenst ten einde meer duidelijkheid omtrent de financiële toestand van [verzoeker] te verkrijgen. ( )

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/312ca357974ff559549373d054b71f8f246c35b7a6e6add7b7b877b10c57bf55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 312ca357974ff559549373d054b71f8f246c35b7a6e6add7b7b877b10c57bf55, en de alinea staat in dat document op bytes 14423 tot 15355.