Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 augustus 2014
Onder 3.12.1 Parket bij de Hoge Raad 8 augustus 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 augustus 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2251.
De onder 3.11 genoemde formulering van het onderdeel is weinig gelukkig. Ik denk evenwel dat rov. 7 inderdaad, in de bewoordingen van het onderdeel, mede dragend is voor hetgeen in rov. 13 wordt overwogen. “Mede dragend” dan in die zin dat rov. 7 een onmisbare schakel is om tot rov. 13 te komen. Zou het Hof in rov. 7 zijn uitgegaan van de juiste rechtsopvatting, dan was het niet toegekomen aan rov. 13, welke laatste rechtsoverweging immers niet ziet op de gevolgen van nietigheid waarvan in ’s Hofs – onjuiste – visie immers geen sprake was. Ik versta de zojuist genoemde voorwaarde in de hier besproken zin.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bc83cc6237a6e7754ca2d3dc08ec5c2246f668da21ca7d3b4891830208dc02d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bc83cc6237a6e7754ca2d3dc08ec5c2246f668da21ca7d3b4891830208dc02d, en de alinea staat in dat document op bytes 58050 tot 58686.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8bc83cc6237a6e7754ca2d3dc08ec5c2246f668da21ca7d3b4891830208dc02d | shasum -a 256