Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 december 2014
Onder 3.12 Parket bij de Hoge Raad 5 december 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2276.
Die klacht is terecht en ook daarover kan ik na de inleiding korter zijn. Het hof oordeelt slechts in één zin dat het betreffende vest van [verweerder] niet “voldoende gelijkenis” vertoont met de beide rood-wit merken om tot “relevante overeenstemming” te concluderen en het vest “derhalve” niet als daarop inbreukmakend kan worden beschouwd. Ik meen dat in de woordkeuze “niet voldoende gelijkenis” en “relevante overeenstemming” niet te lezen valt dat er helemaal geen sprake is van enige overeenstemming, zodat aan verdere toetsing niet hoeft te worden toegekomen. Het middelonderdeel (randnummers 29 e.v.) vraagt aandacht voor het Ferrero-arrest in dit verband. Dat is gewezen in de sleutel van de relatieve weigeringsgronden van Gemeenschapsmerken (conflict ouder/jonger Gemeenschapsmerk), maar daar doemen volkomen overeenkomstige “sub a”, “sub b” en “sub c” categorieën op, vgl. art. 8 lid 1 sub a, b en lid 5 Vo.207/2009 die één-op-één corresponderen met het in onze zaak toepasselijke art. 2.20 lid 1 sub b en c BVIE (en met art. 5 lid 1 sub a en b en lid 2 van de Merkenrichtlijn, zo ook randnummer 35). Het arrest geeft aan wanneer je een “sub b”-verwarrings- en “sub c”-verbandtoets achterwege kan laten als rechter, nl. als er helemaal geen sprake is van overeenstemming, hoe gering ook (randnummer 30); vgl. punt 66 van dit arrest: de verwarrings- of verbandstoets blijft achterwege als (de corresponderende merken, bij ons dus:) beeldmerken en vesten “in geen enkel opzicht overeenstemmen”. Maar als de ingeroepen merken en aangevallen vesten “een zekere, zelfs geringe, mate van overeenstemming vertonen, dient de rechter een globale beoordeling te verrichten om uit te maken of, niettegenstaande de geringe mate van overeenstemming tussen (…) [de ingeroepen merken en aangevallen vesten], het betrokken publiek deze merken [en de vesten] met elkaar kan verwarren of een verband tussen deze merken [en vesten] legt, omdat er andere relevante factoren, zoals de algemene bekendheid of reputatie van (…) [de aanvallende] merk[en] bestaan.” Randnummer 32 van de cassatiedagvaarding noemt dit compensatie van een geringe mate van overeenstemming door groot onderscheidend vermogen en bekendheid. Ik lees het begrippenpaar “niet voldoende gelijkenis” en “geen relevante overeenstemming” uit rov. 3.3.2, net als Ajax, als: wel enige overeenstemming, althans niet als: helemaal geen enkele overeenstemming, hoe gering ook. In dit verband wijs ik op de uitleg die Cohen Jehoram al voorafgaand aan Ferrero hieraan gaf:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc9a445be0c13b8fcfa66ac1975bf74bbef13877d013d71c15631bfe70684dc0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc9a445be0c13b8fcfa66ac1975bf74bbef13877d013d71c15631bfe70684dc0, en de alinea staat in dat document op bytes 51719 tot 54528.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc9a445be0c13b8fcfa66ac1975bf74bbef13877d013d71c15631bfe70684dc0 | shasum -a 256