Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 december 2014
Onder 3.29 Parket bij de Hoge Raad 5 december 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2276.
Onderdeel VI bevat als gezegd in mijn optiek de sterkste klacht tegen het oordeel dat geen sprake is van onrechtmatig handelen van [verweerder], maar toch zie ik deze klacht niet slagen. Het onderdeel klaagt over het oordeel van het hof dat de aanduidingen op het neklabel “fansport, fanwear for fans” en op het prijskaartje (in kleine letters en zonder uitdrukkelijke verwijzing naar Ajax) “officially licensed products” in combinatie met het feit dat [verweerder] de hooded sweaters mede rond en tijdens Ajaxwedstrijden bij de Arena verkoopt in een kar, waarin hij ook officiële Ajaxmerchandisingproducten aanbiedt, onvoldoende zijn om anders te oordelen ( sc. (en dat laat Ajax na te vermelden in deze klacht) dan het oordeel dat [verweerder] voldoende afstand houdt en dat van misleiding van het in originele Ajax-souvenirs geïnteresseerde publiek geen sprake is). Dat oordeel is volgens onderdeel VI onbegrijpelijk, omdat het geen inzicht geeft in de eraan ten grondslag liggende overwegingen. Die klacht mist feitelijke grondslag, omdat het hof volgens mij wel degelijk inzicht geeft in zijn afweging. Het heeft daaraan voorafgaand namelijk overwogen dat [verweerder] voldoende afstand houdt, doordat de naam Ajax en de gestileerde kop van de mythologische held Ajax ontbreken. In dat oordeel ligt onmiskenbaar besloten dat hierdoor (voor het geïnteresseerde voetbalfanpubliek) duidelijk zal zijn dat het niet om originele Ajaxmerchandising gaat, want daar staat wel één van twee of beide “Ajax”-elementen op. Dat oordeel moet ook worden gelezen in het licht van de overweging van het hof dat de versierselen op het vest eerder naar de stad Amsterdam lijken te verwijzen dan naar Ajax (waarover onderdeel VII overigens een klacht formuleert, die hierna aan de orde komt). Voor zover meer in het algemeen is bedoeld te klagen dat die afweging onbegrijpelijk is, merk ik dit op. Persoonlijk vind ik als gezegd met name de vermeldingen op het prijskaartje en het neklabel en de verkoop samen met officiële Ajaxmerchandising bij het thuisstadion rond wedstrijden nogal sterke aanwijzingen dat de suggestie wordt gewekt van officiële Ajaxmerchandising. Het hof heeft echter, op basis van de feitelijke behandeling, maar wel met meeweging van al deze factoren, anders geoordeeld. Een dergelijk oordeel is voorbehouden aan de feitenrechter en kan in cassatie niet op juistheid worden getoetst. In het licht van de overwegingen van het hof vindt ik het oordeel zeker niet cassatie-technisch onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc9a445be0c13b8fcfa66ac1975bf74bbef13877d013d71c15631bfe70684dc0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc9a445be0c13b8fcfa66ac1975bf74bbef13877d013d71c15631bfe70684dc0, en de alinea staat in dat document op bytes 77760 tot 80510.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc9a445be0c13b8fcfa66ac1975bf74bbef13877d013d71c15631bfe70684dc0 | shasum -a 256