Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 december 2014

Onder 3.32 Parket bij de Hoge Raad 5 december 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2276.

Onderdeel VIII klaagt dat het hof in rov. 3.4.4 ten onrechte heeft overwogen dat er een, in de woorden van Ajax, “vrijheid van aanhaken bij populariteit voor commerciële doeleinden” zou bestaan. Dat is rechtens onjuist, aldus Ajax. Ajax wijst zelf op het Decca/Holland Nautic arrest, waarin Uw Raad een beginsel heeft geformuleerd dat het profiteren van een prestatie door een concurrent niet zonder meer in strijd komt met de zorgvuldigheid die die concurrent jegens degene die de prestatie levert in het maatschappelijk verkeer in acht dient te nemen, ook niet als degene die de prestatie levert daardoor nadeel ondervindt. De op dit punt ontwikkelde jurisprudentie van Uw Raad ziet, aldus Ajax, op bepaalde specifiek afgebakende, veelal fysieke prestaties en zou niet moeten zien op het profiteren van andermans populariteit. Er zou volgens Ajax een beginsel moeten zijn dat het in het maatschappelijk verkeer niet betaamt gebruik te maken van identificerende elementen die de drager zijn van goodwill en populariteit van een ander voor uitsluitend commerciële doeleinden, behalve voor zover daarvoor een rechtvaardiging bestaat, aldus steeds Ajax.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc9a445be0c13b8fcfa66ac1975bf74bbef13877d013d71c15631bfe70684dc0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc9a445be0c13b8fcfa66ac1975bf74bbef13877d013d71c15631bfe70684dc0, en de alinea staat in dat document op bytes 82406 tot 83622.