Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 december 2014

Onder 3.34 Parket bij de Hoge Raad 5 december 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2276.

Voor de door het onderdeel bepleite omgekeerde regel “dat het in het maatschappelijk verkeer in beginsel niet betaamt door middel van het gebruik maken van identificerende elementen die de drager van de goodwill en populariteit zijn voor uitsluitend commerciële doeleinden aan te haken bij die goodwill of populariteit behoudens voor zover daarvoor een rechtvaardiging bestaat” zie ik geen ruimte in ons recht. Dat komt in wezen neer op een extra-wettelijke merkenbescherming zonder de in het merkenstelsel ingebouwde rechtszekerheidswaarborgen. Dat is nu precies de ratio van de Decca- en [A/B]-arresten, dat terughoudendheid past bij het in wezen langs de achterdeur binnenhalen wat eerst bij de drempel van de voordeur is gestrand. Ik zie de bij s.t. onder 104 aangebrachte parallel met het Discodanser-arrest (verzilverbare populariteit van populaire natuurlijke personen) voor voetbalclubs daar niet zo snel tegen opwegen. Een voldoende waarborg is mijns inziens gelegen in de rechtsregel dat onder bijkomende omstandigheden stijlnavolging onrechtmatig kan zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc9a445be0c13b8fcfa66ac1975bf74bbef13877d013d71c15631bfe70684dc0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc9a445be0c13b8fcfa66ac1975bf74bbef13877d013d71c15631bfe70684dc0, en de alinea staat in dat document op bytes 85588 tot 86737.