Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 december 2014

Onder 3.3 Parket bij de Hoge Raad 5 december 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2276.

Een concreet inbreukoordeel is feitelijk, maar daarbij moeten wel de juiste maatstaven voor de betreffende aangevoerde inbreukcategorieën worden toegepast en de motivering moet deugen. Tussen beschermingsomvang en (non-)inbreukoordeel bestaat natuurlijk een rechtstreeks verband (hoe groter de beschermingsomvang, des te eerder is sprake van merkinbreuk en andersom). Het lijkt mij duidelijk dat het hof in rov. 3.3.2 niet kenbaar is ingegaan op de verschillende door Ajax nadrukkelijk en onderbouwd aangevoerde grondslagen van art. 2.20 lid 1 sub a BVIE (hierna: “sub a” (identiek teken gebruikt voor dezelfde waren)), art. 2.20 lid 1 sub b BVIE (verder: “sub b” (verwarringsgevaar bij overeenstemmend teken)) en art. 2.20 lid 1 sub c BVIE (hierna: “sub c” (kielzogvaren op bekend merk)), maar alleen als motivering geeft dat “het vest” (in plaats van: beide verschillende aangevallen “hooded sweaters”) geen “voldoende gelijkenis” vertoont met de ingeroepen rood-wit merken om tot “relevante overeenstemming” te concluderen, zodat “het vest derhalve niet als daarop inbreukmakend kan worden beschouwd”, punt. De enige motivering is dus: geen “voldoende gelijkenis” .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc9a445be0c13b8fcfa66ac1975bf74bbef13877d013d71c15631bfe70684dc0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc9a445be0c13b8fcfa66ac1975bf74bbef13877d013d71c15631bfe70684dc0, en de alinea staat in dat document op bytes 34684 tot 36001.