Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 december 2014
Onder 3.9 Parket bij de Hoge Raad 5 december 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2276.
Ik denk dat de volgende klachten uit onderdeel I niet opgaan – maar helemaal zeker ben ik daar niet van. Ajax voert aan dat het hof een onjuiste, veel te beperkte maatstaf voorop stelt voor de beoordeling van de beschermingsomvang van merken (randnummers 2-4), met name door die van beeldmerken te relateren aan de concrete geografische voorstelling daarvan (randnummer 6) en ten onrechte heeft aangenomen dat voor deze ene merkcategorie (beeldmerken) de beschermingsomvang op andere manier vastgesteld zou moeten worden dan voor andere categorieën (randnummer 7). Daarbij is het hof aldus deze klacht van de onjuiste rechtsopvatting uitgegaan dat een beeldmerk slechts tekens kan omvatten die identiek zijn aan of in zeer hoge mate gelijkend zijn op de grafische weergave van het merk (randnummers 12 en 16), met name wat betreft de contouren van de buitenvorm die volgens het hof op (nagenoeg) gelijke wijze moeten zijn afgebakend als in de grafische voorstelling van de inschrijving (randnummer 15, 1e gedeelte). Het zou kunnen (de motivering van het hof is onvoldoende inzichtelijk op dit punt, omdat in feite niet adequaat wordt gemotiveerd, waarom geen sprake is van inbreuk) maar ik houd het er toch niet op dat het hof in rov. 3.3.2 deze algemene maatstaf heeft gehanteerd en sta daar geloof ik niet alleen in . Wellicht is rov. 3.3.2 ook in die zin mager gemotiveerd, maar ik meen dat deze klachten zijn gebaseerd op een onjuiste lezing van het arrest en dus feitelijke grondslag in de bestreden uitspraak missen. Dat de beschermingsomvang van een beeldmerk aan de concrete grafische voorstelling daarvan is gerelateerd, kun je ook lezen als dat het van belang is hoe het beeldmerk eruit ziet en dat klopt op zichzelf (maar is niet louter beslissend; het is uitgangspunt, zoals Ajax dat in randnummer 10 kwalificeert). Dat de ingeroepen beeldmerken niet ieder wit kledingstuk met aan de voorzijde een brede rode baan kunnen tegenhouden, is op zichzelf genomen ook niet onjuist – Ajax merkt bij s.t. in voetnoot 4 overigens terecht op dat zij dat ook helemaal niet betoogt – maar de stijlfiguur van overdrijving wordt wel vaker gehanteerd in argumentatie en is hier kennelijk gehanteerd om aan te geven dat de beschermingsomvang die Ajax aan haar beeldmerken wenst te geven in deze zaak naar het oordeel van het hof te ver gaat. Meer of anders lees ik daar niet in.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc9a445be0c13b8fcfa66ac1975bf74bbef13877d013d71c15631bfe70684dc0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc9a445be0c13b8fcfa66ac1975bf74bbef13877d013d71c15631bfe70684dc0, en de alinea staat in dat document op bytes 47843 tot 50334.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc9a445be0c13b8fcfa66ac1975bf74bbef13877d013d71c15631bfe70684dc0 | shasum -a 256