Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2014

Onder 5.26 Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:228.

Ik wijs nog op de zaak HR BNB 2013/2, waarin de belanghebbende (exploitant van rondvaartboten) teruggaaf vorderde van door haar in 2005, 2006 en 2007 aan de Gemeente Amsterdam op aangifte voldane vermakelijkheidsretributie. De belastingplichtige meende dat heffing van de retributie jegens haar het gelijkheidsbeginsel schond. Zij vorderde naast restitutie ook wettelijke rente over de gevorderde restitutie. U oordeelde dat – zo het verwijzingshof na feitelijk onderzoek zou oordelen dat gerestitueerd moest worden – de belanghebbende recht had op vergoeding van wettelijke rente op basis van art. 6:119 e.v. BW. U achtte het restrecht (in dit geval het civiele recht omdat vóór 1 januari 2009 was betaald: zie het overgangsrecht naar Titel 4.4 Awb in onderdeel 5.2-5.4 hierboven) van toepassing omdat de renteregelingen in de AWR en de IW niet voorzagen in de situatie van de rondvaartondernemer. U overwoog:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de3b70e7d59cd61a7d01323150456b64c6993db4e68441f69f70e7b5cbfc9c2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de3b70e7d59cd61a7d01323150456b64c6993db4e68441f69f70e7b5cbfc9c2a, en de alinea staat in dat document op bytes 86446 tot 87504.