Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2014

Onder 3.5 Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:228.

De belanghebbende stelt bij verweer voorop dat volgens haar de belastingkamer van de Hoge Raad (en dus niet de Raad van State of de burgerlijke rechter) bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. Zij betoogt inhoudelijk dat noch de AWR, noch de Invorderingswet voorziet in een renteregeling voor een geval waarin, zoals in casu, een beschikking heffingsrente ten onrechte niet of niet tijdig is genomen, waardoor die rente meer dan twee jaar te laat is vergoed. Daaruit volgt dat voor haar geval geen wettelijke regeling omtrent verzuim en de gevolgen daarvan is getroffen in de zin van 4:103 Awb, zodat afdeling 4.4.2 Awb van toepassing is. De coulancerenteregeling doet daar niet aan af, omdat zij een beleidsregel is en daarmee geen wettelijke regeling in de zin van art. 4:103 Awb.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de3b70e7d59cd61a7d01323150456b64c6993db4e68441f69f70e7b5cbfc9c2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de3b70e7d59cd61a7d01323150456b64c6993db4e68441f69f70e7b5cbfc9c2a, en de alinea staat in dat document op bytes 29883 tot 30685.