Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2014

Onder 4.8 Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:228.

“4.1.4. Gelet op het samenstel van de in artikel 4:19 Awb vervatte regels en de (…) strekking daarvan, moet in gevallen waarin het besluit waarop de gevraagde dwangsom betrekking heeft (hierna: het onderliggende besluit) wordt genomen ingevolge de belastingwet en beroep daartegen openstaat bij de belastingrechter, ook het beroep inzake de dwangsombeschikking bij die rechter worden ingesteld. Hetzelfde heeft te gelden voor het beroep wegens het niet tijdig nemen van een beschikking inzake een dwangsom (vgl. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 6 februari 2013, nr. 20113419/1/A3, ECLI:NL:RVS:2013:BZ0722, AB 2013/81). De mogelijkheid om met betrekking tot een dwangsombeschikking beroep bij de belastingrechter in te stellen vloeit in deze gevallen voort uit de beroepsmogelijkheid met betrekking tot het onderliggende op de belastingwet gebaseerde besluit, in samenhang met het bepaalde in artikel 4:19 Awb. Hieraan staat niet in de weg dat de dwangsombeschikking zelf niet behoort tot de in artikel 26 AWR omschreven gevallen waarin beroep bij de belastingrechter kan worden ingesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de3b70e7d59cd61a7d01323150456b64c6993db4e68441f69f70e7b5cbfc9c2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de3b70e7d59cd61a7d01323150456b64c6993db4e68441f69f70e7b5cbfc9c2a, en de alinea staat in dat document op bytes 43828 tot 44951.